De bedrijfskundig ingenieur is een ontwerper op academisch niveau van oplossingen voor complexe bedrijfsvoeringsvraagstukken, vaak in een technologie-intensieve omgeving. In veel gevallen betreft dit bedrijfsprocessen, zoals operationele processen, innovatieprocessen of budgetteringsprocessen.
De Bacheloropleiding Technische Bedrijfskunde biedt je een brede basis waarna je in de Masteropleiding kunt kiezen voor een specialisatie. Je kunt in elk geval drempelloos doorstromen naar een van de Masteropleidingen die door deze faculteit zelf worden aangeboden: Innovation Management of Operations Management & Logistics. Daarnaast verzorgt deze facultait in samenwerking met andere faculteiten de Masteropleidingen Business Information Systems, Construction Management and Engineering en Sustainable Energy Technology. Maar ook andere Masteropleidingen aan deze universiteit of daarbuiten behoren tot de mogelijkheden. De Bacheloropleiding Technische Bedrijfskunde kan ook worden gevolgd als speciaal bachelorprogramma Technische Bedrijfskunde voor de Gezondheidszorg. Voor dit speciale bachelorprogramma gelden dezelfde regels en richtlijnen als voor Technische Bedrijfskunde, tenzij anders aangegeven.
De opleiding Technische Bedrijfskunde kent enkele belangrijke componenten, die je in elk jaar terugvindt. Dit zijn bedrijfskunde, techniek, methoden van onderzoek en wiskunde/statistiek.
Binnen de opleiding zie je deze componenten terug in de vorm van theorievakken en praktijkopdrachten en projecten (de zogenaamde "integratieonderdelen", die worden vormgegeven in OGO-projecten). Je volgt dus niet alleen colleges. Een groot en belangrijk deel van de opleiding bestaat uit het in groepen en later ook individueel werken aan concrete opdrachten, zowel binnen de opleiding als bij bedrijven of instellingen.
De praktijk
De praktijk loopt als een rode draad door de hele opleiding. Zo ook tijdens het eerste jaar. Je start je opleiding met het vak Introductie Technische Bedrijfskunde. In kleine groepen werk je aan een bedrijfskundige opdracht. Vanuit de monodisciplines binnen de faculteit wordt toegewerkt naar een multidisciplinaire benadering van het probleem in een praktijkcasus. Hierdoor krijg je een beter beeld van wat Technische Bedrijfskunde is en word je wegwijs gemaakt in de faculteit en de studie. Ter afsluiting van dit vak vindt bovendien een bedrijfsbezoek plaats.
Na deze introductie werk je aan een groot aantal technisch bedrijfskundige aspecten die bij het introduceren van een nieuw product en productieproces in een bedrijf een rol spelen. Dat doe je steeds per aspect en gekoppeld aan een vak in het eerste jaar. Dit zijn de eerste stappen in het bedrijfskundig ontwerpen (OntwerpGericht Onderwijs).
Aan het eind van het eerste jaar ga je nadenken over op welke manier je nu bedrijfskundig onderzoek zou moeten opzetten en welke onderzoekstechnieken daarbij van belang zijn.
Methoden van onderzoek
De onderzoekscomponent in de opleiding is erop gericht je te leren om goed, wetenschappelijk gefundeerd, bedrijfskundig onderzoek uit te voeren. Je leert daarbij hoe je met wetenschappelijke literatuur kunt omgaan, hoe je een verantwoord onderzoek opzet en hoe je onderzoeksresultaten moet beoordelen. Je hebt de methodische vakken nodig om de integratieprojecten goed te kunnen uitvoeren.
Theorie, Bedrijfskunde
Bedrijfskundig ingenieurs krijgen in hun werk niet alleen te maken met vraagstukken op het gebied van techniek, maar ook bijvoorbeeld met een hoge kostprijs, lange doorlooptijden, een gering marktaandeel, ongemotiveerd personeel, gebrekkige informatievoorziening of hoge voorraadkosten.
Voor een bedrijfskundig ingenieur is het vooral belangrijk het overzicht te bewaren en een goed inzicht te hebben in de samenhang van al deze onderdelen, zodat een verbetering op één bepaald aspect niet ten koste gaat van een ander aspect.
In de hele opleiding vind je dan ook vakken die aandacht besteden aan de verschillende aspecten waar een bedrijfskundig ingenieur mee te maken kan krijgen. In het eerste jaar zijn dat vakken op het gebied van:
Wiskunde/Statistiek
Wiskunde vormt een belangrijk onderdeel van de opleiding Technische Bedrijfskunde. De wiskunde in het eerste jaar omvat een snelle herhaling en uitbreiding van de vwo-stof, met name op het gebied van het opstellen van wiskundige modellen van de werkelijkheid. Met wiskunde en statistiek kan de werkelijkheid tot de kern worden teruggebracht en kunnen mogelijke oplossingen worden doorgerekend. Daarom is een goede wiskundige basis voor een bedrijfskundig ingenieur zo belangrijk.
Een bedrijfskundig ingenieur maakt een keuze uit mogelijke oplossingen voor een bepaald probleem. Deze keuze wordt gemaakt naar aanleiding van de analyse van verschillende alternatieven. Vaak is het echter niet mogelijk om de vele alternatieven allemaal in de praktijk uit te testen, omdat dit te veel geld of tijd zou kosten. Kwantitatieve modellen kunnen daarbij helpen. De opleiding bevat daarom naast een aantal basis wiskunde- en statistiekvakken ook een aantal vakken die ingaan op kwantitatief modelleren voor de bedrijfskunde. Wiskunde wordt op deze manier toegepaste wiskunde in allerlei bedrijfskundesituaties.
Techniek
Een bedrijfskundig ingenieur houdt zich met name bezig met het ontwerpen en verbeteren van bedrijven en bedrijfsprocessen. Daarbij kun je denken aan een fabriek, maar ook aan een vervoersbedrijf of een dienstverlenende instelling als een ziekenhuis. Een belangrijke factor bij het totstandkomen van een prestatie van een bedrijfsproces is de toegepaste techniek. De bedrijfskundig ingenieur is dan ook goed thuis in de techniek, waarbij techniek betrekking kan hebben op bijvoorbeeld beslissingen op het gebied van machinekeuzes en het ontwerp van een product. Maar onder techniek kan ook worden verstaan informatietechnologie: binnen een dienstverlenende instelling zul je namelijk niet zo zeer te maken krijgen met machines en het maken van producten, als wel met mensen en computers. In het eerste jaar krijg je een aantal technische vakken over de fabricage van producten en over de informatietechnologie. Deze vakken leggen een basis voor de technische vakken in het vervolg van de opleiding.
Vergelijkbaar met het propedeusejaar bestaat het programma voor Technische Bedrijfskunde in het 2e en 3e jaar uit wiskunde-, techniek-, bedrijfskunde- en methodische vakken, waarbij je als student zowel individueel als in een groep zal moeten werken.
In het tweede jaar maak je in het DVA/ITB2-project in groepsverband (van 4 of 5 studenten) een analyse voor een (bedrijfs)situatie. Door middel van onderzoek en interviews probeer je te achterhalen wat er niet goed loopt en wat daar aan kan worden gedaan.
De theorievakken bestaan uit toegepaste wiskunde en statistiek, techniek en bedrijfskunde. Daarnaast volg je ontwerpvakken uit de reeks Methoden en Technieken van Onderzoek.
Het derde jaar bestaat wederom uit vakken op het gebied van de toegepaste wiskunde (kwantitatieve modellering en logistiek), bedrijfskunde, techniek en methoden van onderzoek. Daarnaast volg je in het derde jaar een verbredende of verdiepende minor van 30 ects.
Aan het eind van het derde jaar zul je in het Bachelor eindproject (BEP-project) zelfstandig een reëel bedrijfsproces in een specifieke technische bedrijfsomgeving moeten beschrijven en de prestaties van dat proces moeten analyseren op de kernoorzaken. De presentatie en verantwoording van deze onderzoeksopdracht vormt de afsluiting van de Bacheloropleiding. Je krijgt een officieel en internationaal erkend Bachelordiploma dat je de mogelijkheid geeft aan diverse universiteiten in Nederland én in het buitenland een Masteropleiding te volgen.